door Wim Scholten, Voorzitter Historische Vereniging Lopik – dorpen en landerijen
B&W van Lopik hebben in september 2025 besloten om de heul in de Lekdijk van de gemeentelijke monumentenlijst af te halen. Als eerste stap heeft B&W daartoe een overeenkomst opgezegd met het hoogheemraadschap en de provincie. In deze overeenkomst stelden beide organisaties samen ongeveer €250.000 beschikbaar voor restauratie.
Het besluit van B&W om te bedanken voor het beschikbare budget van provincie en hoogheemraadschap is merkwaardig, want het staat allerminst vast dat de heul van de gemeentelijke monumentenlijst zal worden afgehaald: eerst moet de Monumentencommissie hierover adviseren (maar er bestaat geen Monumentencommissie meer in Lopik!) en daarna moet de raad er nog mee instemmen. Zolang de heul op de Monumentenlijst staat heeft de gemeente de wettelijke verplichting om haar te onderhouden.
Als het plan van B&W doorgang vindt, zal dat ongetwijfeld leiden tot het verdwijnen van deze uitwateringssluis, die de enig overgebleven in Nederland lijkt te zijn en die van historisch belang is voor de gemeente Lopik. Als het aan de wethouder van financiën, Gerrit Spelt ligt, wordt er echter een vrachtwagen zand overheen gestort.
Het bestuur van de Historische Vereniging Lopik – dorpen en landerijen heeft daarom een brief aan de gemeenteraad geschreven dat zij vindt dat de heul op de monumentenlijst moet blijven staan. In die brief wordt het historisch belang voor de woonkern Lopik alsook voor Nederland verder uitgelegd.
Eigenlijk zou de heul moeten worden gerestaureerd. Als dit financieel niet mogelijk zou zijn, zouden maatregelen getroffen moeten worden om het verval te stoppen. Dan kan de heul later alsnog gerestaureerd worden. Deze brief heeft de steun gekregen van de Stichting Kunst & Cultuur, van de Werkgroep Behoud Lopikerwaard en van de Erfgoedvereniging Bond Heemschut.
Op 10 maart is deze brief in de raad besproken De Historische Vereniging heeft in de inspraakronde gewezen op de mogelijkheden gewezen om particuliere fondsen te zoeken. Als de gemeente bijvoorbeeld een Stichting Vrienden van Gemeentelijke Monumenten zou oprichten is de historische vereniging bereid om een bestuurslid te leveren, mits andere organisaties (de hierboven genoemde organisaties bijvoorbeeld) dat ook doen. Ook zou de gemeente kunnen kijken of er enthousiaste burgers zijn die een deel van het werk zelf ter hand willen nemen. Daarbij verwees zij ook naar de geslaagde restauratie van de Holle Brug in Lopikerkapel genoemd, nu ruim 10 jaar geleden. Maar voorop stond de boodschap dat het toch vooral het gemeentebestuur is dat nu eerst orde op zaken moet stellen.
Tijdens de discussie die daarop volgde wilden de raadsleden vooral weten wat nu eigenlijk de stand van zaken was, maar het antwoord daarop was nogal mistig. Door de PvdA werd een motie ingediend die B&W verzocht om het besluit te heroverwegen. De beide wethouders konden eigenlijk niet veel meer zeggen dan dat bij de kosten van restauratie niet aan tienduizenden euro’s moest worden gedacht, maar aan tonnen. Hoeveel ton bleef in het ongewisse.
De burgemeester stelde voor om niet gelijk te beslissen, maar de zaak te laten terugkomen na de gemeenteraadsverkiezingen, waarmee de raad unaniem instemde.
De Werkgroep Monumenten en Omgevingswet van de historische vereniging werkt nu aan een visiestuk dat als inbreng in de discussie moet dienen.


